Stephan Scheper 05-08-23, 14:01
Dat de eigenaar van twee transportbedrijven op zijn zachtst gezegd nogal sportminded is, dat valt moeilijk over het hoofd te zien in het pand van Eurosped Top in Transport direct aan de A1 in Oldenzaal. In het kantoortje van Jan Rødel (60) hangt het kampioensshirt van zijn grote voetballiefde Feyenoord. En in de ruimte waar een tafeltennistafel staat hangen shirts van Dusan Tadic (‘als Tukker’), oud-Ajacied Tom de Mul, wielrenner Sven Nys, een gesigneerd Heraclestenue en, misschien nog wel het meest indrukwekkend, een shirt van voormalig NBA-crack Rik Smits.
Zijn geboortestad Enschede roept geen herinneringen meer bij hem op. „Ik was 2 toen we naar Geesteren verhuisden, waar mijn vader bij Ten Cate kwam te werken.” Lang woonde het gezin daar niet, Almelo was de volgende halte. Zijn periode op de middelbare school duurde iets te lang. Na een extra jaar op de havo (‘ik was alleen maar met voetbal bezig’) wist hij uiteindelijk ook zijn vwo-diploma te halen. „Ik zeg altijd dat ik heel lang in het onderwijs heb gezeten”, zegt Rødel en lacht.
Nadat hij bij Bolk (Almelo), Bleckmann (Oldenzaal) en WM Expeditie (Bocholt, Duitsland) de kneepjes van het transportvak had geleerd begon Jan Rødel in 1993 voor zichzelf met Eurosped. In een huurpand van Benny Looze wist hij, met slechts één dame op kantoor, vanuit Oldenzaal zijn bedrijf op de kaart te zetten. Het succes van Eurosped stelde hem in 2019 in staat de aandelen van conculega Hatrans over te nemen.
Het geheim van zijn succes? „Correct zijn! Vanaf het begin was dat meteen het doel. We raken zelden tot nooit klanten kwijt. Onze offertes zijn makkelijk. Geen kleine lettertjes of stiekeme jatposten. Kwaliteit is belangrijk. De marges zijn dun, dus massa is kassa. We hebben geen ‘eigen wielen’. het feitelijke transport wordt uitbesteed aan derden.”
Rødels competitieve aard (‘ik wil altijd winnen en beter presteren’) is ook terug te vinden in de wijze waarop hij zijn bedrijven aanstuurt. „Ik ben best een beetje ijdel. En ik wil graag fit zijn en meedoen met de jongelui. Als we hier een potje tafeltennissen of darten, dan wil ik winnen. Waarom? Dat is de aard van het beestje. Nieuwe klanten wil ik ook voor ons winnen, met het hele team. Die instelling verwacht ik ook van anderen. Geen woorden maar daden. We doen wat we zeggen. Maar door onze Twentse bescheidenheid zeggen we vaak niet wat we allemaal moeten doen om dat te kunnen realiseren.”
Zijn credo ‘Geen woorden maar daden’ verraadt Rødels voorliefde voor Feyenoord. „De Kuip is een stadion waar zoveel emotie in zit. Dat volkse en het samen zijn. Ik kon net lopen toen een buurman me voor het eerst meenam naar Feyenoord-Ajax. Er zat nog geen dak op De Kuip. Feyenoordsupporters hebben hele slechte jaren achter de rug. Je moet wel een beetje van sm houden als je van deze club houdt. Maar als je dan succes hebt, dan smaakt het des te beter. Tot mijn 24ste heb ik zelf gevoetbald bij De Rietvogels in Almelo. Als speler was ik nogal fel in de duels. Daarom vind ik Hartman van Feyenoord ook zo’n heerlijke voetballer.”
Van alle wedstrijden die hij de afgelopen jaren bijwoonde in De Grolsche Veste en daarvoor Het Diekman was de thuiswedstrijd tegen Hammarby wel het ‘absolute dieptepunt’. „Vroeger gingen we met de hele familie naar Het Diekman. Mijn opa is er overleden tijdens de rust van een wedstrijd tegen Ajax. Hij kreeg een hartaanval toen-ie een sinaasappel aan het schillen was. In één keer weg. Wat er vorige week gebeurde in De Grolsch Veste in Enschede is heel triest. Ik zat op de hoofdtribune toen dat volk van Vak-P voor ons langs liep. Nu mogen er geen supporters naar de wedstrijd in Zweden”, zegt hij twee dagen voor de uitwedstrijd.
Kritisch is hij op de rol van de gemeente Enschede en de media. „Die hebben van tevoren alles opgeklopt. Daarmee jut die foute broeders juist op.” Waar de Feyenoordaanhang zich eveneens misdroeg in Rome (‘maar die fontein moest toch gerenoveerd worden’) kregen de supporters uit Rotterdam juist een compliment vanuit Berlijn na het duel tegen Union-Berlin. De autoriteiten hadden echter over het hoofd gezien dat de Nederlanders graffiti hadden aangebracht op een deel van de Berlijnse muur, dat daarvoor niet bedoeld was. „Maar de volgende dag is dat alweer overgespoten door supporters van Hertha BSC en Union Berlin”, zegt Rødel.
Het bekendste liedje van de Tröckener Kecks – Met hart en ziel – is hem op het lijf geschreven. „Doe alles wat je doet met hart ziel, dat past bij me. Nadat ik loeihard op mijn nieuwe gravelbike had gefietst, wilde ik twee dagen later die route nog sneller fietsen. Ik trok mezelf uit elkaar. Twee dagen later ging ik onder de douche door mijn rug. Ik vind het lekker om af te zien en mezelf fysiek pijn te doen. Zeiknat terugkomen van een training. Het is een verslaving.”
„Elk jaar zeg ik op 31 december tegen mezelf dat ik meer tijd voor mezelf neem. Als mijn rug weer goed is word ik lid van de Twentse Waaier, een fietsclub van ondernemers die elke week op pad gaat. Ik doe alles 110 procent. Ik liet verschillende WK’s schieten, omdat het te druk was op de zaak. Een ander zou ik adviseren: Gaan! Maar als het om jezelf gaat, ga je toch voor het team. Gezien mijn leeftijd is het misschien beter dat ik anderen eens naar voren schuif. Gelukkig is mijn vrouw thuis de compenserende kracht. Zij geeft yogalessen. Moet ik ook eens doen, want mijn hamstrings zijn te kort.”
Jarenlang was Eurosped hoofdsponsor van het gelijknamige topvolleybalteam. Het bedrijf van Rødel is nu (minimaal) vier jaar hoofdsponsor van vv Pollux uit Oldenzaal. Inhoudelijk bemoeit hij zich nergens mee. „Het bestuur wil de club groot maken en daarmee wil ik helpen. In Jan Berendsen hebben ze de beste opleider die je je kunt bedenken.”
Een gratis advies voor de gemeente en de politiek heeft hij nog wel: „Vondersweijde moet eraf! Ze willen nu zes miljoen uittrekken voor de revitalisatie van Vondersweijde. Revitalisatie is half werk. Die zes miljoen is voor een periode van vijf jaar, daarna kijken ze hoe het verder moet. Dan kun je volgens mij beter 11 miljoen investeren in een nieuw zwembad en sportcentrum, op de oude velden van Quick aan de rondweg, waar je 25 jaar mee verder kunt.”